“Hunk!?” Het publiek reageert unaniem verbaasd als de balletjes van jongleur Stijn Grupping plots met hem beginnen te spelen, in plaats van omgekeerd. Ze stuiteren en caprioleren gewoon door de lucht zonder nog ergens tegen te botsen. Jongleren wordt magie, circus pure poëzie. Alleen al voor die tovenarij moet je deze voorstelling zien.
Toch is Ballroom meer dan een spectaculaire wunderkammer in een omgebouwde camion. Als je erin klimt, tref je Grupping tussen een paar grijze gedrongen pijlers. Een verloren hoek onder een betonnen brug? De catacomben van een brutalistische kantoorbuilding? Met een stofzuigerslang en een heupemmertje zuigt hij met glazen blik witte balletjes van de vloer, als een schoonmaker die elke dag hetzelfde afval van de straat raapt. Uit zijn oordoppen klinkt mechanische techno.
Hoe simpel deze opening ook lijkt, meteen voel je hogere ambities en een dieper denken dan bij veel andere circusacts. Na Pakman en Man strikes back schetsen Grupping en regisseur Ine Van Baelen opnieuw de duistere keerzijde van de industriële vooruitgang: het afgestompte hand- en bandwerk van een suffe Sisyphus met rode pet. Hij wordt niet geacht voor zichzelf te denken. Hij volgt de baan die hem is uitgetekend.
Mogelijkheidszin
Het wonder dat zich daarna voltrekt, is het eigenlijke verhaal van de voorstelling: lol in het leven zit in een klein hoekje, waar je het vaak niet verwacht. Uit verveling begint de poetsman balletjes in een bak te mikken via de grootste omwegen, kriskras door zijn kelder, van het kastje naar de muur. Zijn parool is niet efficiëntie, maar mogelijkheidszin. Zijn programma is wit tegen grijs. Soms mislukt hij, soms is het prijs.
Het is moeilijk om in die bezwerende exploten geen grote reclame voor circus te zien, met Gruppings bijzondere vermogen om te verrassen door binnen de vaste patronen plots te variëren. Ballroom zoekt het letterlijk buiten de bekende lijnen. De ene bal blijft prompt tegen de muur kleven, de andere keert zich ineens tegen de richting waarin hij wordt gegooid.
Het zijn evenveel metaforen voor wat kunst allemaal kan doen, en wat ook gewoontedieren als wij vaker mogen betrachten: de boel stilleggen, blijven plakken, tegen de stroom ingaan. Even zet Ballroom de tijd stil voor een prachtig staaltje anti-mechanica en meta-jongleren.