Hoe kan dit, hoe doet hij dat in hemelsnaam?
Die vragen resoneren na het zien van de voorstelling ‘Ballroom’ van het Vlaamse gezelschap Post uit Hessdalen. In deze solo combineert Stijn Gruppin jonglerie met objectmanipulatie, en dat op verbluffende wijze. De ogen zien wat het hoofd maar niet kan begrijpen.
“Ballroom’ speelt in een vrachtwagen, eigenlijk twee lange trucks naast elkaar, waarbij de verbonden laadruimten zijn veranderd in een theaterzaal met tribune. De trucks staan tijdens Circusstad Rotterdam pal naast het Maritiem Museum met schepen en een kraan op de achtergrond.
Het publiek gaat een donkere ruimte binnen en ziet een soort van grot met rotspartijen en pilaren. Dat is niet onmiddellijk een omgeving die je associeert met een ballroom. Maar snel wordt duidelijk dat de hoofdrol wordt opgeëist door tientallen witte balletjes en dat verklaart de titel meteen.
In het begin van het de voorstelling liggen die balletjes nog verspreid over de vloer. Stijn Gruppe, met petje en jasje, heeft een stofzuigerslang in zijn hand, zuigt de balletjes op en deponeert ze in een kist die op de vloer staat. In die kist vallen de ballen onmiddellijk stil, stuiteren doen ze niet.
Af en toe stopt de jongleur even, haalt een draadloze iPod uit zijn oor en dan hoort ook het publiek de muziek die Stijn Gruppin zou horen. Daarna overheerst weer het geluid van de stofzuiger.
De opbouw van ‘Ballroom’ is tamelijk traag, maar langzaam ontpopt zich een enerverend spektakel dat de hersenen niet kunnen bevatten. Schijnbaar achteloos raapt de jongleur een balletje van de grond, gooit die tegen de wand, waarna die bal via een andere wand terugkaatst en in de kist belandt. De eerste keer legt zo’n bal een gemakkelijk parcours af, maar de weg naar de krat wordt bij elke nieuwe bal ingewikkelder. De bal kaatst van wand naar wand, dan tegen een pilaar en valt na een carambole n de kist.
Via een wand en dan tegen het plafond, ook dat is een route die een bal aflegt. Het is wonderbaarlijk om te zien dat de balletjes steeds, in ieder geval nagenoeg steeds, in de kist ploffen. Een volgend moment keren de balletjes terug naar de jongleur en kan hij ze eenvoudig opvangen.
Tijdens een intermezzo beweegt de artiest dansend door de grijze ruimte. Er blijkt een balletje vast te zitten op de punt van zijn schoen en hij krijgt die bal er niet vanaf. Ineens heeft hij het publiek beet, want de bal is verdwenen. Waarheen? De kijker die er met de neus bovenop zit, tast in het duister.
In de grot staan een tafeltje met een stoel. Als Stijn Grupping achter de tafel gaat zitten, werpt hij de balletjes weg, waarna die als een soort boemerang terugkeren. Ze stuiteren op het tafelblad en draaien meerdere keren om de poten van de tafel. Het lijken balletjes met een sterke eigen wil die de zwaartekracht tarten en hun eigen koers bepalen.
‘Er zitten minidrones in de balletjes’, zoeken kinderen op de tribune hardop naar een verklaring. En: ‘die ballen hangen aan touwtjes, aan elastiek’, ‘Nee, er is een magnetisch veld’.
Het blijft gissen. Antwoorden krijgt het publiek niet, wel meer vragen, want ook het slot is onverwacht en onverklaarbaar. ‘Ballroom’ is krachtig en meesterlijk. Het is een ervaring die het voorstellingsvermogen van de toeschouwer tart, stevig in de houdgreep neemt, om nooit meer los te laten.
De grenzen van jonglerie zijn weer een stukje opgerekt, die van objectmanipulatie ook.
De performance is te kort, althans zo voelt het, je krijgt er niet snel genoeg van.
De vragen die ‘Ballroom’ oproept, zitten de volgende dag, na een nachtje slapen, nog steeds onbeantwoord in het hoofd. Wel is duidelijk dat het een bijzondere ervaring is. En dat het gezelschap net als een goochelaar de truc niet verraadt, dat is maar goed ook.


